{"id":3438,"date":"2015-01-20T14:39:01","date_gmt":"2015-01-20T13:39:01","guid":{"rendered":"https:\/\/sportartssteunebrink.nl\/?page_id=3438"},"modified":"2015-01-20T14:39:01","modified_gmt":"2015-01-20T13:39:01","slug":"schaatsblessures","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/sportartssteunebrink.nl\/index.php\/schaatsblessures\/","title":{"rendered":"Schaatsblessures"},"content":{"rendered":"<p>\n\t<dschaatsblessures<br \/> Onderstaand worden de volgende blessures behandeld:<br \/>\n\tKneuzingen \/fracturen<br \/>\n\tSnijwonden<br \/>\n\tRugklachten<br \/>\n\tKnieklachten<br \/>\n\tSchaatsknobbel<br \/>\n\tSpierscheuring (zweepslag)<br \/>\n\tHersenschudding<br \/>\n\tLoge-syndroom<br \/>\n\tLiesblessure<br \/>\n\tPeesontsteking<br \/>\n\tDe meeste schaatsenrijders hebben wel eens last van een liesblessure. De liesblessure<br \/>\n\tontstaat vooral, wanneer gestart wordt op zacht ijs tijdens een training. Veelal verloopt de<br \/>\n\tstart dan minder goed door de weerstand van het ijs, waardoor de sporter geneigd is ook<br \/>\n\tnog eens een groter aantal herhalingen uit te voeren. De schaatsenrijder blijft bij het<br \/>\n\tstarten eveneens veelal tussen de schaatsen in hangen, om op tijd de volgende afzet te<br \/>\n\tmaken.<br \/>\n\tIndien de groep wat groter is en de sporter op zijn beurt moet wachten, is de sporter op<br \/>\n\thet moment dat hij moet rijden te veel afgekoeld. Hierdoor loopt de sporter eveneens een<br \/>\n\tverhoogd risico op blessures.<br \/>\n\tDeze factoren hebben een aantal verschillende blessures tot gevolg. De verhoogde<br \/>\n\tweerstand van het ijs belast vooral de heupbuigers. Het grotere aantal herhalingen belast<br \/>\n\tvooral de adductoren. Het afkoelen tussen de oefeningen door kan voor een verhoogd<br \/>\n\trisico zorgen.<br \/>\n\tEr zijn ook opvallend vaak problemen met de rug. De schaatser rijdt in een gekromde<br \/>\n\thouding, en steeds links de bocht om. Bij inspectie van de ontwikkeling van de rugspier, is<br \/>\n\tdan ook vaak een sterker en minder sterk ontwikkelde kant te zien. Wanneer krachttraining<br \/>\n\twordt gedaan, wordt veel met vrije gewichten getraind. De squat is een graag gedane<br \/>\n\toefening die zorgvuldig en onder goede begeleiding dient te worden uitgevoerd. Gezien het<br \/>\n\tfeit dat de meeste schaatsenrijders sterk ontwikkelde benen hebben en een veel minder<br \/>\n\tsterk ontwikkeld bovenlijf, kan het gebeuren dat een gewicht met de benen makkelijk te<br \/>\n\tdragen is, maar met het bovenlijf alleen als alles goed gaat. Juist daar gaat het dan wel<br \/>\n\teens mis, waarbij dan ook mogelijk de ongelijk ontwikkelde rug een extra risicofactor zou<br \/>\n\tkunnen zijn.<br \/>\n\tSchaatsen gaat zo snel, en de baan is zo krap dat vaak niet de val zelf het probleem<br \/>\n\tveroorzaakt, maar het terug op het ijs kaatsen na het contact met de baanbeveiliging. De<br \/>\n\tval is door het gladde oppervlak niet te controleren, waardoor de sporter een speelbal<br \/>\n\twordt.<br \/>\n\tVerder komen bij het marathonschaatsen toch met een zekere regelmaat snijwonden voor.<br \/>\n\tDit is, gezien het aantal rijders dat tegelijk op de baan is, niet echt een grote verrassing.<br \/>\n\tTijdens trainingen is het op de meeste banen verplicht om handschoenen te dragen, en<br \/>\n\ttijdens marathonwedstrijden eveneens, maar de eerdergenoemde scheenbeschermers zijn<br \/>\n\tnog niet verplicht.<br \/>\n\tKneuzingen\/fracturen:<br \/>\n\tKneuzingen en botbreuken ontstaan bij schaatsen vaak ten gevolge van een val of een<br \/>\n\tharde botsing. Dit zijn de twee meest voorkomende letsels binnen de schaatssport. Bij een<br \/>\n\tkneuzing zijn onderhuidse structuren door het geweld beschadigd. Er treedt vaak pijn, een<br \/>\n\tblauwe plek en zwelling op.<br \/>\n\tEen fractuur is de medische term voor een botbreuk. Vaak treedt een hevige pijn op,<br \/>\n\twaardoor belasting van het aangedane bot niet mogelijk is. Een standsverandering, ,een<br \/>\n\tkrakend geluid, een blauwe plek en een zwelling zijn andere verschijnselen die op kunnen<br \/>\n\ttreden.<br \/>\n\tEen kneuzing en een botbreuk zijn niet altijd van elkaar te onderscheiden. Bij twijfel moet<br \/>\n\taltijd een arts geraadpleegd worden. Na het ongeval kan het best direct 10-15 minuten<br \/>\n\tgekoeld worden, om zwelling te voorkomen. Bij een kneuzing kan de eerste 24 uur 4 a 5<br \/>\n\tkeer deze koeling met minimaal een rustperiode van een uur herhaald worden. Hierbij<br \/>\n\tverdient het gebruik van een coldpack de voorkeur. Een coldpack is een kunststof zakje<br \/>\n\tmet daarin een gel. Deze gel zorgt ervoor dat de koude gelijkmatig wordt afgegeven2. Er<br \/>\n\tmag niet direct op de huis gekoeld worden, anders ontstaan er bevriezingsverschijnselen.<br \/>\n\tEen kneuzing wordt vaak conservatief behandeld met intermitterend koelen en belasten op<br \/>\n\tgeleide van de pijn. Afhankelijk van de ernst van de botbreuk zal conservatief, met gips of<br \/>\n\toperatief ingegrepen worden. Het herstel van een botbreuk neemt gemiddeld 6 weken in<br \/>\n\tbeslag.<br \/>\n\tVoor ieder letsel zijn de benodigde oefeningen weer anders, een fysiotherapeut kan<br \/>\n\thierover vaak het beste advies geven.<br \/>\n\tValpreventie en valbescherming zijn de belangrijkste middelen om kneuzingen en breuken<br \/>\n\tte voorkomen. Door een goede techniek en naleving van de regels op de schaatsbaan<br \/>\n\tworden veel ongelukken voorkomen. Bescherming van hoofd, pols, knie en elleboog met<br \/>\n\tgoed passend materialen beperkt bij een eventuele val vaak de schade. Hierbij kan gebruik<br \/>\n\tgemaakt worden van een helm, kniebeschermers, elleboogbeschermers, polsbeschermers<br \/>\n\ten handschoenen. Deze beschermende middelen zijn tegenwoordig verkrijgbaar in de<br \/>\n\tmeest modieuze uitvoeringen.<br \/>\n\tSnijwonden:<br \/>\n\tDoor valpartijen, maar ook bij de start met een eigen schaats kunnen snijwonden ontstaan.<br \/>\n\tAfhankelijk van de snelheid, bescherming en scherpte van de schaats kan de wond diep of<br \/>\n\toppervlakkig zijn.<br \/>\n\tBij oppervlakkige snijwonden moet de wond eerst goed schoongemaakt worden. Het goed<br \/>\n\tdoor laten bloeden is daarbij belangrijk, vervolgens kan met leidingwater de wond<br \/>\n\tuitgespoeld worden. Daarna moet de wond goed droog gedept worden en kan de wond<br \/>\n\tontsmet worden met bijvoorbeeld jodium. Blijft de wond bloeden, moet deze afgedekt<br \/>\n\tworden .<br \/>\n\tBij diepere snijwonden bestaat de kans dat onderliggende structuren, zoals een bloedvat,<br \/>\n\tpees of zenuw, beschadigd zijn . Met name peesletsels rond de binnen enkel komen relatief<br \/>\n\tveel voor. De behandeling is afhankelijk van het letsel. Bij diepe snijwonden is het<br \/>\n\tnoodzakelijk een Spoedeisende Hulp te bezoeken.<br \/>\n\tEen slagaderlijke bloeding is een direct levensbedreigende verwonding. Daarbij moet snel<br \/>\n\tgehandeld worden door het dichtdrukken van de slagader boven de verwonding en hulp in<br \/>\n\tte schakelen via 112<br \/>\n\tHet herstel van peesletsel neemt vaak een lange tijd in beslag.<br \/>\n\tValpreventie en bescherming zijn de beste methoden om snijwonden te voorkomen. Een<br \/>\n\tgoede techniek en naleving van de regels op de schaatsbaan voorkomen veel valpartijen en<br \/>\n\tdaarmee snijwonden. Naast de van oudsher bekende beschermende kleding wordt steeds<br \/>\n\tvaker gebruik gemaakt van snijvaste materialen, die met name rond de enkels gebruikt<br \/>\n\tworden.<br \/>\n\tRugklachten:<br \/>\n\tSchaatsers hebben regelmatig lage rugklachten, terwijl schaatsen op zich een goede<br \/>\n\ttraining is voor de rug. De rugklachten ontstaan vaak door overbelasting of door<br \/>\n\tvalpartijen. De schaatser staat lange tijd voorover gebogen en in de bocht naar links<br \/>\n\tgeleund. Hierdoor worden telkens dezelfde spieren, wervels en tussenwervelschijven<br \/>\n\tbelast, waardoor overbelasting kan ontstaan.. Fanatieke schaatsers hebben vaak een<br \/>\n\tasymmetrische opbouw van de rugspieren, waarbij &eacute;&eacute;n kant sterker ontwikkeld is dan de<br \/>\n\tandere kant. Door valpartijen kunnen scheefstanden ontstaan in bekken en lage rug die<br \/>\n\took klachten kunnen veroorzaken. De klachten treden meestal op tijdens en na het<br \/>\n\tsporten.<br \/>\n\tBezoek aan een arts of fysiotherapeut is gerechtvaardigd als er uitstralende pijn naar<br \/>\n\tarmen of benen op de voorgrond staat, kracht verlies in been of arm optreedt, de rugpijn<br \/>\n\tna een val of botsing ontstaan is, wanneer de rugpijn op een leeftijd van minder dan 20<br \/>\n\tjaar of meer dan 50 jaar is ontstaan en als er problemen met plassen zijn3.<br \/>\n\tManuele therapie, spierversterkende oefeningen voor de buik- en rugspieren zijn vaak<br \/>\n\tafdoende om de klachten te doen verminderen. Tijdelijke vermindering van de<br \/>\n\ttrainingsbelasting is gedurende forse klachten gewenst.<br \/>\n\tKnieklachten:<br \/>\n\tKnieklachten kunnen worden onderverdeeld in acuut ontstane klachten en de meer<br \/>\n\tgeleidelijk ontstane knieklachten. Het onderscheid is van belang om oorzaken en ernst te<br \/>\n\tkunnen onderscheiden.<br \/>\n\tDe acute klachten ontstaan ten gevolge van een ongeval, vaak een verzwikking of een val.<br \/>\n\tHierbij kunnen structuren in en om de knie beschadigd zijn. Hierbij kan schade zijn<br \/>\n\topgetreden aan een van de kniebanden, meniscus en of botstructuren van de knie. Dit leidt<br \/>\n\tvaak tot functieverlies van de knie en vochtvorming.<br \/>\n\tKnietrauma&rsquo;s moeten altijd beoordeeld worden door een arts of fysiotherapeut..<br \/>\n\tBij acute knieklachten kan direct na het ongeval begonnen worden met koelen en rust<br \/>\n\thouden. De beoordeling is vaak lastig voor een arts vlak na een val. Het is dan verstandig<br \/>\n\tde knie na 1 week nog eens te controleren. Als er een kapotte meniscus of kruisband wordt<br \/>\n\tvastgesteld zal een verwijzing naar een orthopedisch chirurg nodig zijn.<br \/>\n\tAcute knieklachten kunnen het beste voorkomen worden door een goede techniek en<br \/>\n\tgoede valpreventie. Door goede therapie en training kunnen de bovenbeenspieren aan de<br \/>\n\tvoor- en achterzijde zo sterk en geco&ouml;rdineerd worden dat de functie van de kruisband<br \/>\n\tvoor een deel opgevangen kan worden en verdere schade voorkomen wordt.<br \/>\n\tDe knieklachten met een langere aanloop ontstaan vaak door overbelasting. De klacht uit<br \/>\n\tzich via pijn aan pezen of aanhechtingen rond de knie. De pijn kan aan voorzijde,<br \/>\n\tachterzijde, binnenkant of buitenkant van de knie optreden. Een voorbeeld hiervan is de<br \/>\n\tspringknie, veel gezien bij kunstschaatsers, waarbij pijn onderaan de knieschijf optreedt.<br \/>\n\tEen andere chronische knieklacht is irritatie aan de achterzijde van de knieschijf, wat veel<br \/>\n\tvoorkomt bij jonge sporters.<br \/>\n\tBij chronische knieklachten is het belangrijk om overbelasting te voorkomen. Daarvoor<br \/>\n\tmoet de training goed gedoseerd worden opgebouwd met lenigheids- en krachtoefeningen.<br \/>\n\tVooral de spieren van het bovenbeen moeten daarbij getraind worden.<br \/>\n\tSchaatsknobbel:<br \/>\n\tEen schaatsknobbel wordt vaak veroorzaakt door niet goed passende schaatsen Zeker bij<br \/>\n\twedstrijdschaatsers moet de schoen wel goed strak zitten om de juiste techniek te<br \/>\n\thandhaven. Door overmatige druk ontstaat een ontstekingsreactie van slijmbeurzen, die<br \/>\n\tgepaard gaan met pijn en zwelling, Hierdoor ontstaat nog meer druk Voorkeurlokaties zijn<br \/>\n\tde hiel en de binnen en buiten enkel.. Het is dan ook van groot belang dat de<br \/>\n\tschaatsschoen goed passend is. Drukplekken kunnen ook voorkomen worden door de<br \/>\n\tschoen met een zogenaamde knobbeltang wat uit te buigen. In speciaalzaken kunnen<br \/>\n\tschaatsschoenen op maat gemaakt worden. Een slijmbeursontsteking wordt in eerste<br \/>\n\tinstantie behandeld met rust en koelen met ijs. Indien de klacht telkens terugkomt is het<br \/>\n\tsoms noodzakelijk om een operatieve ingreep te doen. Ook kunnen uitgroeisels van bot<br \/>\n\tontstaan, die niet direct door overmatige druk ontstaan maar wel klachten geven. Dit kan<br \/>\n\taangetoond worden met een Rontgenfoto en daarbij moet soms ook geopereerd worden.<br \/>\n\tSpierscheuring (zweepslag):<br \/>\n\tEen spierscheuring is een scheur in spierweefsel. Er kan een kleine scheur in een spier<br \/>\n\tzitten, maar een spier of pees kan ook volledig zijn afgescheurd. Een spierruptuur (ander<br \/>\n\twoord voor spierscheuring) kan op verschillende manieren ontstaan. Een ruptuur ontstaat<br \/>\n\tdoor een overmatige rekking van een spier (bijv. een zeer explosieve start).of door een<br \/>\n\tplotselinge aanspanning. Spierscheuringen treden eerder op bij een onvoldoende warmingup,<br \/>\n\teen eerdere spierscheur en overbelasting van de spieren. Bij iedere spierscheuring<br \/>\n\tmoet gecontroleerd worden of er niet (ook) sprake is van een afscheuring van de pees aan<br \/>\n\thet uiteinde van de spier. Een bekend voorbeeld daarbij is de achillespeesruptuur. Bij<br \/>\n\tschaatsers kunnen spierscheuringen vooral in de lies voor, met name bij het starten.<br \/>\n\tIn eerste instantie kan de ICE-regel worden toegepast. Daarbij moet enkele keren per dag<br \/>\n\tkoelen (I = ice), compressie(C) en immobilisatie, eventueel met behulp van een bandage,<br \/>\n\ten rust met het been omhoog (E=elevatie). Massage is in deze fase niet zinvol.<br \/>\n\tDe eerste 48 uur na de spierscheuring treedt altijd een ontstekingsreactie in de spier op.<br \/>\n\tDeze reactie zet de genezing in gang. Hierna volgt de fase van functioneel herstel, waarin<br \/>\n\tnieuw weefsel wordt gevormd. Een snelle hervatting van het normale bewegingsproces<br \/>\n\tonder leiding van een sportfysiotherapeut bevordert een optimaal herstelproces. Daarin<br \/>\n\tmag de spier binnen de pijngrens heel rustig aangespannen en gerekt worden. Na drie<br \/>\n\tweken is de trekkracht van het nieuwe weefsel voldoende om duurtraining te beoefenen.<br \/>\n\tPas na zes weken mag het sporten weer hervat worden. Er mag dan geen pijn zijn bij het<br \/>\n\taanspannen of rekken van de spier.<br \/>\n\tPreventieve maatregelen zijn een goede warming-up en een goede techniek<br \/>\n\tHersenschudding:<br \/>\n\tEen hersenschudding ontstaat door een harde val, klap of stoot tegen de schedel. Dat kan<br \/>\n\tnatuurlijk plaatsvinden door een val op het ijs. Er is vaak geen aantoonbare schade van de<br \/>\n\thersenen te vinden, wel is er een acuut functieverlies van de hersenen. Door de harde klap<br \/>\n\tis er meestal duizeligheid of een korte periode van bewustzijnsverlies opgetreden. De hele<br \/>\n\tgebeurtenis kan vaak niet herinnerd worden,<br \/>\n\tDe meest voorkomende klachten bij een hersenschudding zijn hoofdpijn, duizeligheid,<br \/>\n\tvermoeidheid, traag denken, problemen met concentreren, prikkelbaarheid,<br \/>\n\tovergevoeligheid voor geluid en moeite met onthouden. De klachten duren een paar dagen<br \/>\n\tof weken en gaan doorgaans vanzelf over.<br \/>\n\tNa een harde val op het hoofd is het verstandig een arts te consulteren. Na<br \/>\n\tbewustzijnsverlies moet altijd een arts geconsulteerd worden. De arts bekijkt of er<br \/>\n\tneurologische uitvalsverschijnselen zijn opgetreden. Wanneer dit het geval is, is het<br \/>\n\tmogelijk dat er meer schade dan alleen een hersenschudding is opgetreden. Verwijzing<br \/>\n\tnaar het ziekenhuis is dan vaak noodzakelijk. Vaak wordt de eerste nacht een wekadvies<br \/>\n\tgegeven met om de 2 uur controle van de vitale functies..<br \/>\n\tDe klachten nemen doorgaans geleidelijk af.. Nemen de klachten toe is het raadzaam weer<br \/>\n\teen arts te raadplegen..<br \/>\n\tHet is verstandig het tenminste een week rustiger aan te doen. Daarbij is absolute bedrust<br \/>\n\tniet nodig, beter kunnen de dagelijkse activiteiten op een lager tempo uitgevoerd worden.<br \/>\n\tHet niet verstandig om met een hersenschudding te gaan sporten en auto te rijden. .<br \/>\n\tTijdens het schaatsen is het belangrijk goede en goed passende bescherming te dragen.<br \/>\n\tEen helm is daarbij een goed beschermingsmiddel, maar nog niet verplicht.. In principe<br \/>\n\tzouden alle schaatsers een helm moeten dragen, maar voor ongeoefende schaatsers,<br \/>\n\tkinderen en hardrijders is het dragen van een helm extra helmaal belangrijk.. Daarnaast is<br \/>\n\tgoede valpreventie (valtechniek, naleving van regels op schaatsbaan) belangrijk.<br \/>\n\tLogesyndroom:<br \/>\n\tSpieren in het onderbeen zijn verdeeld in verschillende loges omgeven door een spiervlies,<br \/>\n\teen<br \/>\n\tzogenaamde fascie. Bij sommige schaatsers is dit spiervlies wat krap en gaat de spier<br \/>\n\tknellen bij inspanning<br \/>\n\tals er meer bloed in de spier verzameld is. Vooral de loge aan de buitenkant van het<br \/>\n\tonderbeen is relatief<br \/>\n\tvaak aangedaan.<br \/>\n\tDe voornaamste klacht is een krampend pijnlijk gevoel in het onderbeen bij inspanning, in<br \/>\n\trust nemen de klachten langzaam weer af.<br \/>\n\tVrijwel altijd is het voorste onderbeenscompartiment aangedaan. De pijn lokaliseert zich<br \/>\n\tdan aan de buitenzijde van het scheenbeen. Tijdens inspanning loopt de druk in de<br \/>\n\tspierloge op door een verminderde bloedafvoer.<br \/>\n\tOm de diagnose te bevestigen kan het noodzakelijk zijn om een drukmeting in het<br \/>\n\tspiercompartiment<br \/>\n\tte verrichten Dit gebeurt eerst in rust en vervolgensbij inspanning.<br \/>\n\tDe behandeling hangt af van de ernst van de klachten. Operatief ingrijpen kan noodzakelijk<br \/>\n\tzijn, daarbij<br \/>\n\twordt de spierfascie gekliefd. Er zijn ook minder ingrijpende behandelingen, waarvan<br \/>\n\tfysiotherapie met<br \/>\n\teen langzaam opbouwend trainingsschema de belangrijkste is.<br \/>\n\tPreventieve maatregelen kunnen zinvol zijn. Goed schokdempend materiaal is daarbij een<br \/>\n\teerste vereiste. Dit is bij schaatsen vaak niet mogelijk, maar bij de looptrainingen kan een<br \/>\n\tgoede hardloopschoen uitkomst bieden. Correctie van het voetgewelf met behulp van<br \/>\n\tsteunzolen is ook nuttig. Vaak ontstaat het logesyndroom bij een plotselinge toename van<br \/>\n\ttrainingsintensiteit, een goede gedoseerde opbouwend trainingsschema kan in veel<br \/>\n\tgevallen deze klachten voorkomen.<br \/>\n\tLiesblessure:<br \/>\n\tVeel schaatsers hebben wel eens een liesblessure gehad. De belasting van de spieren<br \/>\n\tuitgaande van de lies is dan te groot geweest ten opzichte van de belastbaarheid.<br \/>\n\tOnvoldoende warming-up en ook zacht ijs kunnen daarbij een rol spelen. Bij onvoldoende<br \/>\n\twarming-up zijn de spieren niet genoeg aangepast aan de krachtsexplosie van een start,<br \/>\n\top zacht ijs moet meer kracht gezet worden bij de start en zal bovendien het aantal<br \/>\n\tafzetbewegingen bij de start groter zijn.<br \/>\n\tDe liesblessure voelt vaak als een trekkende krampende pijn in de liesregio, vooral bij wat<br \/>\n\texplosievere belasting. Soms blijven er klachten na een doorgemaakte spierscheuring in de<br \/>\n\tlies, maar ook zonder spierscheuring kunnen er liesblessures ontstaan. Beoordeling door<br \/>\n\tarts\/fysiotherapeut kan daarom ook ge&iuml;ndiceerd zijn.<br \/>\n\tDe behandeling is over het algemeen niet-operatief, waarbij vermindering van de<br \/>\n\tsportbelasting, rekoefeningen, buikspierversterking en fysiotherapie voorop staan.<br \/>\n\tOm terugkomend letsel te voorkomen, moet de trainingsintensiteit langzaam opgebouwd<br \/>\n\tworden. Een goede warming-up is essentieel om herhaling te voorkomen. Compenserende<br \/>\n\tspieren moeten in de herstelperiode aangesterkt worden om de belastbaarheid van de<br \/>\n\tliesregio te vergroten.<br \/>\n\tPeesontsteking:<br \/>\n\tOnder medici wordt de term peesontsteking(tendinitis) steeds minder gebruikt. Men<br \/>\n\tgebruikt liever de term tendinose of tendinopathie. Deze term beschrijft het onderliggend<br \/>\n\tmechanisme beter.<br \/>\n\tIn pezen treden bij overbelasting vaak kleine veranderingen op, deze veranderingen leiden<br \/>\n\ttot een ontstekingsreactie. Deze ontstekingsreactie geeft, pijn en zwelling van de<br \/>\n\taangedane pees. Schaatsers hebben met name last van de pezen aan de voorzijde het<br \/>\n\tonderbeen en de enkels.<br \/>\n\tDe behandeling bestaat vaak uit het verminderen van de trainingsbelasting en specifieke<br \/>\n\trek- en spierversterkende oefeningen. Daarbij kan in de eerste periode gebruik worden<br \/>\n\tgemaakt van pijnstilling en massages. Daaropvolgend worden vaak rek en spierversterkend<br \/>\n\tvoorgeschreven. Wanneer een verkeerde houding of een verkeerd voetgewelf de oorzaak<br \/>\n\tvan de overbelasting is, moeten deze factoren gecorrigeerd worden.<br \/>\n\tEen goed gedoseerde, gevarieerde trainingsopbouw is van belang om toekomstige<br \/>\n\tpeesontstekingen te voorkomen.<br \/>\n\tSkeeleren:<br \/>\n\tTijdens het skeeleren komen schaafwonden het meeste voor. De blessures komen<br \/>\n\tweliswaar overeen met het schaatsen, maar vertonen ook een opvallend verschil. Waar bij<br \/>\n\thet schaatsen de heupbuigers vaker aangedaan zijn, zijn het bij de skeeleraars vooral ook<br \/>\n\tde hamstrings.<br \/>\n\tHet aantal liesblessures is bij skeeleraars groter. Vooral wanneer met nat weer gereden<br \/>\n\twordt, heeft de skeeler de neiging tijdens de afzet weg te glijden. De adductoren, maar<br \/>\n\tzeker ook de hamstrings, moeten mede ook door het gewicht van de skeeler harder<br \/>\n\twerken. De adductoren zorgen ervoor dat de skeeleraar niet in een spagaat gaat, en de<br \/>\n\thamstrings zijn vooral actief tijdens de bijhaalfase. Het gevolg is vaak een verrekking of,<br \/>\n\top zijn minst, een heel strak gevoel.<br \/>\n\tBron: sportzorg.nl<\/dschaatsblessures<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"","protected":false},"author":3,"featured_media":0,"parent":0,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-3438","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/sportartssteunebrink.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/3438","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/sportartssteunebrink.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/sportartssteunebrink.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/sportartssteunebrink.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/3"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/sportartssteunebrink.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=3438"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/sportartssteunebrink.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/3438\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":3443,"href":"https:\/\/sportartssteunebrink.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/3438\/revisions\/3443"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/sportartssteunebrink.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=3438"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}